Fundamentele doctrine
Goddelijke regering
Leiderschap
Discipelschap
Gemeenteleven
Financien
Levenslessen
Goddelijke regering
Leiderschap
Discipelschap
Gemeenteleven
Financien
Levenslessen
| Oud/Nieuw testament, wet, wetmatigheden? Deel 2 |
| Geschreven door Irene Maat |
| Dinsdag 24 November 2009 10:39 |
In het eerste artikel heb ik tijd besteed aan het bewijzen dat het woord testament eigenlijk verkeerd vertaald is, maar dat de Bijbel duidelijk spreekt van verbond, een oud verbond en een nieuw verbond.Bovendien blijkt het essentieel te begrijpen dat God een boek heeft laten schrijven als Zijn verhaal van de aarde, beginnende in Genesis met de schepping en eindigend in Openbaring.
Er zijn een aantal cruciale wijzigingen aangebracht in het Nieuwe Verbond; deze zijn onder andere:
Het volgende punt dat we moeten onderzoeken is het onderwerp van de wet en haar toepassing voor ons vandaag. De wet en het Oude Verbond; wat is wet? Vaak wordt er onmiddellijk gedacht aan de Tien Geboden die Mozes van Godswege gegeven heeft, maar men vergeet daarbij dat het gaat om een geheel wetboek, de Thora, die de volledige wet omschrijft. Wat is die wet?In de Bijbel wordt gesproken van de getuigenissen. Gods getuigenissen zijn zeer betrouwbaar. We vinden dit in Psalm 93: 5 “Uw getuigenissen zijn zeer betrouwbaar, de heiligheid is uw huis tot sieraad, o HERE, tot in lengte van dagen”. Gods getuigenissen waren van grote waarde. Psalm 19: 8-10 zegt, “De wet des HEREN is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des HEREN is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige. De bevelen des HEREN zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod des HEREN is louter, het verlicht de ogen. De vreze des HEREN is rein, voor immer bestendig; de verordeningen des HEREN zijn waarheid, altegader rechtvaardig”. De wet is volmaakt, dat betekent gaaf, eenvoudig en totaal, zij verkwikt de ziel; zij doet de ziel terugkeren, of ze herstelt de ziel. Psalm 119 is een loflied aan de Thora. Het woordje Thora wordt meestal vertaald door wet maar eigenlijk moet het de wegwijzing of de oriëntatie zijn. Psalm 119 begint met “zalig” het betekent sterk zijn en recht gezet zodat men vooruit kan gaan. Zalig is dus: je kunt vooruit, je kunt voorwaarts gaan. “Welzalig zij die onberispelijk wandelen; (onberispelijk duidt op gaaf zijn, ongedeeld, onverdeeld van hart, heel zijn van binnenuit). Welzalig zij die heel zijn of gaaf van weg, die gaan in de wegwijzing (de Thora) van de Eeuwige”. Omdat mensen de Thora hebben, zijn ze gaaf in hun wegen. De Thora was bedoeld om hun richting en koers te geven. In Psalm 1 staat er letterlijk, “welzalig de mens die de Thora overpeinst”, de Thora, de wegwijzing, het onderwijs, de oriëntatie of de levenswijsheid. Psalm 19: 8 “Gods wet is volmaakt”. Thora is het boek van de oorsprong en van de bestemming. De wet was dus geen strafboek maar een boek van levensonderwijs. Psalm 119 bestaat uit 22 maal 8 verzen en elke strofe begint met een letter van het Hebreeuwse alfabet. Deze psalm omvat alle letters van het Hebreeuwse alfabet, van alef tot taw, in het Grieks van alfa tot omega, van begin tot einde; het gaat om alle grondwoorden omdat elke Hebreeuwse letter zijn specifieke grondbetekenis heeft. Samenvattend: De wet is dus betrouwbaar, volmaakt, goed en was bedoeld als wegwijzing. Men was zalig wanneer men de wegwijzing van God volgde. De wet was dus geen strafboek maar een boek van richting en onderwijs. Toch bleek de wet de mens niet te kunnen brengen tot het nalaten van zonde en de Schriftgeleerden en Farizeeërs misbruikten de wet om de mensen allerlei zware lasten op te leggen. Dit is waar Jezus sterk tegenin ging vanaf het begin van Zijn openbare bediening. Het nieuwe Verbond De wet, die goed was, door Paulus genoemd een mentor, een opvoeder, een paidagogos diende totdat Christus kwam. Zie Galaten 3: 24. Hij stelt in Kolossenzen 2: 17 dat de wet een schaduw is van de werkelijkheid die zou komen en bovendien in Romeinen 3: 10 zegt hij dat de wet als een spiegel dient, waardoor je jezelf ziet en waar je staat. De wet, de Thora, die goed was en zelfs volmaakt genoemd was toch niet het volkomene, de werkelijkheid, doch slechts een weerspiegeling ervan. Reeds onder het Oude Verbond spraken de profeten over een nieuw tijdperk waarbij de wet (de Thora) geschreven zou worden op de tafelen van ons hart. God maakt het oude nieuw, Hij gebruikt het materiaal van het Oude en vernieuwt het. Hebreeën 8: 13 spreekt van het feit dat de wet aan het verdwijnen was. God pakt het weer op en geeft er een nieuwe glans aan. De wet van binnen uitHebreeën 10: 16 “want nadat Hij gezegd had: Dit is het verbond, waarmede Ik Mij aan hen verbinden zal na die dagen, zegt de Here: Ik zal mijn wetten in hun harten leggen, en die ook in hun verstand schrijven”. Het woord “wetten” is de meervoudsvorm van thora. Het spreekt van de innerlijke wetten, de wetten van de Geest. Zoals een vogel “weet” wanneer hij weer moet wegvliegen, zo “weten” wij hoe we behoren te wandelen. Lees Jeremia 8: 7 “Zelfs de ooievaar aan de hemel kent zijn vaste tijden en tortelduif en zwaluw nemen de tijd van hun komst in acht, maar mijn volk kent het recht des HEREN niet”. Gods volk kende de ingebouwde wetten niet. In het nieuwe verbond worden wij aan de Here gehecht. De wet van Christus Jezus spreekt de leiders aan van het volk van Israël omdat ze de wet misbruikt hadden. Lees Matteüs 5: 17 “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen”. Jezus kwam om de wet en de profeten te vervullen. Hij kwam de Thora aan het licht brengen, de oorspronkelijke betekenis ervan herstellen. Het woordje vervullen, is vol maken. De Farizeeërs hadden de wet uitgehold. Ze waren bezig met stukjes uit de wet. Ze waren huichelaars die een rol speelden. Ze waren zichzelf niet. Dit misvormde de hele betekenis van de wet. De tienden en de munt Het ging om hele kleine plantjes waar de wetgeleerden de tienden van namen doch het zwaarste verwaarloosd hadden. De wet werd door de Farizeeërs ontbonden; Jezus kwam om te vervullen. Zie Matteüs 23: 23-24 “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij geeft tienden van de munt, de dille en de komijn en gij hebt het gewichtigste van de wet verwaarloosd: het oordeel en de barmhartigheid en de trouw. Dit moest men doen en het andere niet nalaten. Gij blinde wegwijzers, die de mug uitzift, maar de kameel doorzwelgt”. Jezus gaat dan van de schaduw naar de werkelijkheid. Hij verschuift het concept van uiterlijke vorm naar een nog hogere weg, die slechts mogelijk wordt door de inwoning van de Heilige Geest. Een nog hogere weg “Gij hebt gehoord, maar Ik zeg u...” . Dit is het hele gedeelte van Matteüs 5 vanaf vers 17 tot en met 48. De wetten, richtlijnen, onderwijzingen van Jezus zijn nog veel zwaarder dan de eenvoudige voorschriften van de Thora. Jezus stelt dat geen jota of tittel van de wet zal vergaan voordat alles zal zijn geschied. Zie Matteüs 5: 17-20, “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg u: Indien uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en Farizeeën, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan”. Jezus verwijst hier naar het einde van alle dingen, niet slechts naar Zijn dood en opstanding, noch naar de val van Jeruzalem doch naar het einde van dit tijdperk. Hoe staat het dan? De wet, de wegwijzing van God wordt geschreven door de Geest van God op de tafelen van ons hart. Van binnenuit, door de inwoning van Gods Geest vervul ik nu de Thora van God. Paulus zegt ook in Galaten 3: 15-27 dat de wet het verbond niet ongeldig maakt. De wet wordt beschreven als een tuchtmeester, een opvoeder van een onmondige of een slaaf. Nu echter het zoonschap gekomen is, gelden zelfs hogere wetten; de wet schreef een bepaalde levenshouding voor, doch Jezus verhoogt deze standaard, niet door er principes uit weg te halen doch om er nog een hogere eis aan te stellen. Wij zijn vrijgekocht van de verouderde wetten om nu aan de nieuwe hogere wet te voldoen. “Broeders, ik spreek op menselijke wijze: zelfs het testament van een mens, dat rechtskracht verkregen heeft – niemand kan het ongeldig maken of er iets aan toevoegen. Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus. Ik bedoel dit: de wet, die vierhonderd dertig jaar later is gekomen, maakt het testament (=verbond), waaraan door God tevoren rechtskracht verleend was, niet ongeldig, zodat zij de belofte haar kracht zou doen verliezen. Immers, als de erfenis van de wet afhangt, dan niet van de belofte; en juist door een belofte heeft God aan Abraham zijn gunst bewezen. Waartoe dient dan de wet? Om de overtredingen te doen blijken is zij erbij gevoegd, totdat het zaad (= Christus) zou komen, waarop de belofte sloeg, en zij is op last van (God) door engelen in de hand van een middelaar (= eigenlijk de bemiddeling, de wet) gegeven. Een middelaar is niet (de vertegenwoordiger) van één (letterlijk een bemiddeling vereist meer dan een persoon, de wet is dus een overeenkomst tussen God en de Satan, de slavendrijver. God is één, Hij is onverdeeld); God echter is één. Is de wet dan in strijd met de beloften [Gods]? Volstrekt niet! Want indien er een wet gegeven was, die levend kon maken, dan zou inderdaad uit een wet de gerechtigheid voortgekomen zijn. Neen, de Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het geloof in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen, die geloven. Doch voordat dit geloof kwam, werden wij onder de wet in verzekerde bewaring gehouden met het oog op het geloof, dat geopenbaard zou worden. De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden worden. Nu echter het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester. Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed”.Hier staan dus een aantal belangrijke elementen:
In Galaten 5: 13-16 waarschuwt Paulus verder dat het feit dat wij vrijgekocht zijn geen aanleiding mag worden voor het vlees “Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; (gebruikt) echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander door de liefde. Want de gehele wet is in één woord vervuld, in dit: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Indien gij echter elkander bijt en vereet, ziet dan toe, dat gij niet door elkander verslonden wordt. Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees”. Er is dus een vereiste te blijven wandelen door de Geest van God, dus prioriteit te geven aan onze geest die moet regeren over de rest van ons wezen, waardoor wij de wet van Christus vervullen. Romeinen 8: 2 zegt, “Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods” en Romeinen 7: 4-6 “Bijgevolg, mijn broeders, zijt ook gij dood voor de wet door het lichaam van Christus om het eigendom te worden van een ander, van Hem, die uit de doden opgewekt is, opdat wij Gode vrucht zouden dragen. Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet geprikkeld worden, in onze leden, om voor de dood vrucht te dragen; maar thans zijn wij van de wet ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in de nieuwe staat des Geestes en niet in de oude staat der letter”. Vers 14: “Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde”. We moeten hier opnieuw goed beseffen wat er staat: we waren slaven der zonden, eigendom van de Boze die zijn eisen stelde, nu zijn we eigendom geworden van Jezus Christus doordat Hij ons heeft vrijgekocht uit de macht van de tegenstander. De zonde werd door de wet geprikkeld, met andere woorden de wet daagde de mens uit tot overtreding om voor de dood (de tegenstander, het eigendom van Satan) vrucht te dragen. We waren dus slaven van de zonde en de Satan was er telkens op uit de mens te doen vallen zodat hij voor de dood vrucht zou dragen. We waren daarom gevangen en onderhevig aan de macht van de dood. Nu echter in Christus zijn we ontslagen van de verouderde wet, met andere woorden, de wet die tot zonde prikkelde, de wet die tot uiterlijkheden leidde en waardoor we gevangen waren is nu door Jezus Christus vervangen zodat wij in een nieuwe staat getreden zijn en we nu de wet van de Geest dienen die Jezus omschreef als een hogere standaard. Deze nieuwe wet maakt de vroegere wet “vol”, en doet haar tot haar recht komen. Het gaat dus niet meer om het doen van uiterlijkheden zodat we daardoor zouden leven maar om geloof. We zijn levend gemaakt voor God om naar de Geest te leven en door het geloof vrucht te dragen voor God. Efeze 2: 8-10 “Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme. Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”. Het gaat er dus in het Nieuwe Verbond om geloof in plaats van werken der wet. God heeft de geestelijke wet nu in onze harten geschreven en het is God zelf die zowel het willen als het werken in ons werkt. Filippenzen 2: 13-15 “want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt. Doet alles zonder morren of bedenkingen, opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld”. Plichten en geboden doden het leven en daarom is het belangrijk om vanuit onze geest geloof te activeren, want alles wat niet uit geloof is in zonde. Zie Romeinen 14: 23. De wet van het Oude Verbond, waaronder de tien geboden, is op inspanning gebaseerd door eigen kracht. De mens houdt dat niet vol vanwege de overheersing van de Boze. We zijn echter door Jezus gerechtvaardigd zonder werken der wet maar wel om onderworpen te worden aan de nieuwe wet van de Geest. De wet van het Oude Verbond was zwak vanwege de mens die onderworpen was aan de zondemachten. Door de Geest van God komen wij in een nieuwe dimensie terecht waar we niet langer onderhevig zijn aan uiterlijke wetten, maar aan innerlijke wetten van de Geest. Lees Romeinen 8; 3-4 “Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees – God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de eis (= Grieks de rechtvaardige vereiste) der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest”. Ezechiel profeteerde dit reeds onder het Oude Verbond in Ezechiel 36: 26-27 “een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt”. Wetmatigheden in Oud en Nieuw VerbondGod heeft dus een vernieuwde, hogere wet in onze harten geschreven. Gods wet is in ons binnenste. Door de Geest van God wordt het volle woord van God geopenbaard, zodat ik daar de volle zegen van kan genieten. De wet van de Geest werkt enkel door geloof. Geloof is echter actief en niet passief. We zijn verantwoordelijk om ons geloof te activeren, te richten op God en te laten groeien door het horen van het Woord des levens. Alles wat niet uit geloof is, is zonde omdat men dan opnieuw vervalt in het proberen door eigen kracht wetten en plichten te vervullen en dat werkt niet! De mens houdt dat niet vol. Dit is dus de mens die vanuit zijn ziel of emoties de wet tracht te vervullen, doch daar niet de zegen van ontvangt omdat dit slechts door geloof werkt op basis van relatie met God van Geest tot geest. Mensen doen hun best, geven geld, betalen tienden uit plichtsgevoel en hopen daarmee de zegen van God vrij te zetten. Dit zijn werken der wet, uiterlijkheden die geen stand houden. Het geven van tienden is goed, geld geven is goed, ons best doen voor God is goed echter enkel en alleen vanuit de Geest van God geleid en niet vanuit onze emoties gestuurd. De Bijbel zegt dat de rechtvaardige uit geloof zal leven. Geloof heeft te maken met overtuiging van geest en het is God die overtuigt en niet de mens. Paulus zegt hierover in Filippenzen 3: 15 “Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren”. Paulus zegt niet je moet dit geloven of blijf maar in datgene wat je vindt maar als U op enig punt van de Schrift anders gezind bent, als u anders denkt over een principe van de Schrift en U stelt Uzelf open voor de leiding van de Geest van God, zal Hij U openbaren. Hij zal U inzicht geven door de Geest van openbaring. Hij zal alles in lijn brengen met de ganse Schrift. Daarom kunnen we niemand eisen opleggen, noch zware lasten maar bidden dat alle Schriftwoord van Oud en Nieuw Verbond gegrift zullen zijn in onze harten zodat we daardoor leven en de volle zegen van God ervan ontvangen. Paulus zegt in 2 Timoteus 3: 16-17 “Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust”. Elk omvat alles en alle goed werk omvat alle geboden die door de Geest van God tot leven zijn gebracht en door openbaring aan ons zelfs een diepere betekenis hebben gekregen. Tot slot zegt Paulus nog in Romeinen 3: 31 “Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet”. Laten we dus voortdurend leven door geloof en overtuiging en daardoor de wet van Christus, in onze harten vervullen waardoor de ganse wet (= de Thora) en de geboden tot hun volle recht komen. De wet is dus niet vervallen maar is door Christus zelfs tot een hogere standaard gebracht. Zo zal onze gerechtigheid meer zijn dan die van de Farizeeërs en Schriftgeleerden. Laten wij derhalve leven door geloof en door ons leven heen the realiteit van de geestelijke wet demonstreren welke door de Geest van God geregeerd wordt. Gods rijke zegen, Irene Maat |

In het eerste artikel heb ik tijd besteed aan het bewijzen dat het woord testament eigenlijk verkeerd vertaald is, maar dat de Bijbel duidelijk spreekt van verbond, een oud verbond en een nieuw verbond.Bovendien blijkt het essentieel te begrijpen dat God een boek heeft laten schrijven als Zijn verhaal van de aarde, beginnende in Genesis met de schepping en eindigend in Openbaring.
Wat is die wet?
De wet van binnen uit
“Broeders, ik spreek op menselijke wijze: zelfs het testament van een mens, dat rechtskracht verkregen heeft – niemand kan het ongeldig maken of er iets aan toevoegen. Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus. Ik bedoel dit: de wet, die vierhonderd dertig jaar later is gekomen, maakt het testament (=verbond), waaraan door God tevoren rechtskracht verleend was, niet ongeldig, zodat zij de belofte haar kracht zou doen verliezen. Immers, als de erfenis van de wet afhangt, dan niet van de belofte; en juist door een belofte heeft God aan Abraham zijn gunst bewezen. Waartoe dient dan de wet? Om de overtredingen te doen blijken is zij erbij gevoegd, totdat het zaad (= Christus) zou komen, waarop de belofte sloeg, en zij is op last van (God) door engelen in de hand van een middelaar (= eigenlijk de bemiddeling, de wet) gegeven. Een middelaar is niet (de vertegenwoordiger) van één (letterlijk een bemiddeling vereist meer dan een persoon, de wet is dus een overeenkomst tussen God en de Satan, de slavendrijver. God is één, Hij is onverdeeld); God echter is één. Is de wet dan in strijd met de beloften [Gods]? Volstrekt niet! Want indien er een wet gegeven was, die levend kon maken, dan zou inderdaad uit een wet de gerechtigheid voortgekomen zijn. Neen, de Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het geloof in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen, die geloven. Doch voordat dit geloof kwam, werden wij onder de wet in verzekerde bewaring gehouden met het oog op het geloof, dat geopenbaard zou worden. De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden worden. Nu echter het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester. Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed”.
Wetmatigheden in Oud en Nieuw Verbond